Allereerst zal er een mini-liposculptuur gedaan moeten worden om vet te 'oogsten'. Daarbij wordt een hoeveelheid van 40-50 ml vet afgenomen - ongeveer 10% van de hoeveelheid die we normaal gesproken bij liposculptuur afnemen. De belasting voor een cliënt is niet groot. Dit onderdeel van de behandeling duurt ongeveer 30 minuten.
Na het oogsten moet er een bewerking van het vet plaatsvinden, om het te scheiden van verdovingsvloeistof en bloed. Soms wordt het vet gecentrifugeerd, soms wordt dit op een andere wijze gedaan. Dit duurt 10 tot 20 minuten.
Vervolgens wordt het geoogste vet ingebracht op de plaatsen waar het nodig is. Omdat hierbij een canule (stompe naald) van enige omvang gebruikt wordt, krijgt u een verdoving in het ontvangstgebied.
Vetweefsel kan alleen vastgroeien indien het voldoende van zuurstof voorzien wordt om te blijven leven. Dat kan alleen als er kleine dunne tunneltjes van vet verspreid in het onderhuidse weefsel worden geplaatst. Er kan nooit een dikke klont op één plaats ingespoten worden, omdat het grootste deel daarvan door zuurstofgebrek zal afsterven.
Maar hoe goed de chirurg dat ook doet, bij verplaatsing van het vet zal altijd een deel onvoldoende zuurstof ontvangen om te overleven en afsterven. Daardoor slinkt de ingebrachte hoeveelheid tot soms wel 25% van het oorspronkelijke volume. Vanwege dit gegeven zullen de meeste artsen wat overvulling geven: iets te veel vet inbrengen om het slinken (ten dele) op te vangen.